Albert Boes - Hoe kan ik zien wat een historisch waardevol schip is?

De zeilende beroepsvaart is eeuwenlang beeldbepalend geweest, zowel op de binnenwateren als op zee. Nadat eerst de stoommachines en daarna verbrandingsmotoren het zeil als voorstuwer verdrongen, leek er een einde te zijn gekomen aan het bestaan van de traditionele scheepstypes. Nog net op tijd ontstond een toenemende belangstelling om maritiem drijvend erfgoed te behouden. Daarbij speelt de stichting Federatie Oud Nederlandse Vaartuigen (FONV), als koepel van behoudsorganisaties van verschillende scheepstypen tezamen met het 'Nationaal Register Varende Monumenten', een belangrijke rol. Het bureau van de FONV is in Zaandam gevestigd. Van daaruit wordt het Nationaal Register Varende Monumenten operationeel gehouden.

Het Nationaal Register Varende Monumenten ging in 1995 van start (1). Sindsdien zijn er omstreeks 2500 schepen hierin geregistreerd of aangemeld voor registratie. Aanleiding voor het opzetten van een dergelijk register was een discussie waarin de FONV verzeild raakte met het Ministerie van Financiën in verband met plannen voor de heffing van vaarbelasting voor vaartuigen met een niet beroepsmatig karakter. Die plannen zouden voor historische schepen veel ongunstiger uitvallen dan voor bijvoorbeeld moderne pleziervaartuigen. Het orgaan 'De Bokkepoot' van de Landelijke Vereniging tot Behoud van het Historische Bedrijfsvaartuigen van maart 2007 vermeldt in dit verband dat de desbetreffende ambtenaar reageerde op de bezwaren van de FONV met: "Hoe kan ik eigenlijk zien wat een historisch waardevol schip is?" De verstrekte informatie over oude constructiewijzen en dergelijke leverde als resultaat op: "Ik kan mijn mensen hier niet mee op pad sturen, heren. Ik heb een briefje nodig. Een briefje is het enige, waar een controlerende ambtenaar mee uit de voeten kan". Dat 'briefje' is er inderdaad gekomen, namelijk in de vorm van het Nationaal Register Varende Monumenten (NRVM). Eén van de FONV-medewerkers die dit Register beheert, is de Zaandammer Henk Brunt. Tevens is hij secretaris is van de Sectie Varende Monumenten. Deze is een zelfstandige commissie binnen de FONV, die zich onder andere bezig houdt met het ontwikkelen van 'meetinstrumenten' (criteria) om het historisch erfgoed te kunnen beoordelen. Bekende namen binnen de kringen van het varend erfgoed zijn bijvoorbeeld de Stichting tot Behoud van Authentieke Stoomvaartuigen en Motorsleepboten (BASM), de Stichting Het Stoomschip en de Stichting Saens Drijvend Erfgoed, die in september 2006 voor de tiende keer een 'Bruine vlootdag' organiseerde in Wormer, waarbij een fraaie vloot zeilende voormalige beroepsvaartuigen werd gepresenteerd. (2)

Historisch verantwoord

Bij het terugbrengen van oude schepen in hun oorspronkelijke staat is het van groot belang dat dit op een deskundige en historisch verantwoorde wijze gebeurt. De uitgangspunten daarvoor en de daarmee samenhangende keuringen zijn vastgelegd door de Sectie Varende Monumenten in de regelgeving voor het NRVM. Henk Brunt is daarbij betrokken sinds het operationeel worden van het Register in juni 1995. Henk Brunt: "De Sectie Varende Monumenten en het daaruit voortgekomen NRVM zijn opgericht door een aantal mensen, die ondermeer lid waren van de Landelijke Vereniging tot Behoud van het Historisch Bedrijfsvaartuig (LVBHB), alsmede een zestal behoudsverenigingen en stichtingen op het gebied van botters, authentieke stoomvaartuigen en motorsleepboten, platbodemjachten, zalmschouwen en motorjachten, gebouwd voor 1945. Een belangrijke rol bij de opstelling van het Register speelde de in 1979 samengestelde publicatie 'Het Aloude Schip'. Deze uitgave omvatte een gedetailleerd overzicht van schepen, die toebehoorden aan leden van de vereniging. Hierin was veel historische informatie verzameld die als richtlijn kon dienen voor mensen met restauratieplannen".
De LVBHB kent een aantal vaste werkgroepen, namelijk: tuigerij en documentatie, havens en ligplaatsen, beoordeling, oude motoren en opduwers, kleine zeilvaart, motorvracht- en sleepschepen en publiciteit. Daarbij is één van de activiteiten: de uitgave van de tweemaandelijkse publicatie 'De Bokkepoot'. In steeds bredere kringen wordt het belang onderkend van het behoud van historische vaartuigen. Dat besef ontstond later dan 'op het land'. Daar werden al veel eerder oude gebouwen, fabrieken, molens en zelf complete landschappen als monumenten aangemerkt. De erkenning van een gebouw als historisch monument stelt een eigenaar in staat om gebruik te maken van fiscale, financiële en technische voordelen. Deze zijn echter niet van toepassing op schepen. Het behoud van en schip vergt echter heel wat inspanningen en opofferingen. Opname in het NRVM geeft officiële instanties enig houvast in het toekennen van eventuele subsidies bij restauratie. Een ander belangrijk verschil met onroerende monumenten is dat bij mobiel erfgoed alle kosten voor zowel het Register als het registreren van schepen volledig door de eigenaar betaald moeten worden.

Beoordeling

Bij de beoordeling of een schip als een "Varend Monument" ® kan worden beschouwd, geldt als regel dat het ten minste 50 jaar oud zijn. Verder moet het een Nederlandse eigenaar hebben. Overigens kunnen van origine Nederlandse schepen die in buitenlandse handen zijn gekomen, ook worden ingeschreven, wanneer ze een Nederlandse thuishaven hebben. Nederland kent een enorm aantal verschillende historische scheepstypen. Verder komen ook drijvende graanelevatoren en havenkranen in het Register voor. Henk Brunt en zijn echtgenote zijn bijvoorbeeld de trotse eigenaars van het omstreeks 1932 gebouwde bakdekkruisertje 'Jantina'. Ze zijn daarom aangesloten bij de Vereniging van Booteigenaren 'Oude Glorie' en als bestuurslid van deze vereniging heeft hij ook zitting in het bestuur van de FONV.
Oude buitenlandse schepen die door Nederlanders zijn verworven om te restaureren, vormen een aparte categorie. Voorbeelden daarvan zijn Oostzeekotters en galjassen. Wanneer ze tot een type behoren dat beeldbepalend is geweest op de Nederlandse wateren (langer dan 50 jaar geleden) kunnen ze ook in het Register worden opgenomen. Voorbeelden daarvan zijn zeilende vrachtkotters die vroeger vaak met hout uit de Oostzeelanden naar de Zaan voeren. In dit verband voldoet de 'Elfin'als het grootste Zaanse stoomschip in feite niet aan de criteria van het NRVM. Het in 1934 gebouwde vaartuig van de Stichting Het Stoomschip is geheel in haar oorspronkelijke Britse gedaante gerestaureerd, maar het heeft zelden of nooit daarin Nederland bezocht. Dezelfde initiatiefnemers zijn nu begonnen met de restauratie van het voormalige, in 1915 gebouwde 67 meter lange Zuiderzeepassagiersschip 'C. Bosman'. De laatste werkzame jaren sleet dit schip als de 'Nederlander' bij het STC in Rotterdam als opleidingsvaartuig. Na de restauratie zal dit schip ongetwijfeld één van de grootste en fraaiste Nederlandse varende monumenten worden.
In de monumentenzorg wordt steeds meer aandacht besteed aan de 'levensgeschiedenis' van gebouwen en voorwerpen. In verband daarmee wordt voor de te restaureren objecten niet zondermeer gestreefd naar een situatie die overeenkomt met het vroegste beeld ervan. Bij schepen is dit ook een belangrijk aspect: vrijwel altijd ondergingen ze in de loop der tijd een groot aantal veranderingen. Om de schepen als 'monumentaal' te kwalificeren, behoeft het schip er dus niet exact uit te zien, zoals het meer dan 50 jaar geleden in de vaart werd gebracht. Wel is het van belang bij een restauratie van een schip dat een situatie wordt hersteld die past bij een bepaald tijdsbeeld (meer dan 50 jaar geleden). Dit kan de nodige discussies met zich meebrengen.

Aanpassingen

Naast vaartuigen die in een volledig authentieke staat zijn of worden teruggebracht, kent Nederland een groot aantal oude vaartuigen die gedurende hun bedrijfsmatige periode om economische redenen zijn aangepast. Voorbeelden hiervan zijn onder andere de tjalken die als zeilvaartuigen zijn gebouwd en later verbouwd tot motortjalk. Ook de ertussen liggende verschijningsvormen komen nog voor. Omdat het niet altijd mogelijk is om met originele materialen en/of technieken te restaureren wordt voor het behoud ook gebruik gemaakt van moderne materialen en technieken bij het uitvoeren van de restauraties en reparaties. Dat geldt bijvoorbeeld voor las- in plaats van klinkverbindingen. Tot op zekere hoogte worden deze afwijkingen voor het Register geaccepteerd. Voorop staat echter dat het totaalbeeld van het schip in haar historische staat blijft gehandhaafd, overeenkomend met het vroegere gebruik van het schip (meer dan 50 jaar geleden). Henk Brunt verduidelijkt dit met het volgende voorbeeld: "Neem nou een tjalkje, waarbij de eigenaar als restauratiebeeld de zeilende vrachtvaart kiest. Daarbij zal dan tenminste de aanduiding van de luikenkap van het vrachtschip aanwezig moeten zijn. Een salon met zadeldak past dan niet in het beeld. Maar, als aangetoond kan worden dat dát schip meer dan 50 jaar geleden als jacht werd verbouwd, is die salon weer acceptabel als 'monumentaal geheel'." Aan oude schepen is vaak hun hele 'levensgeschiedenis' af te lezen. Dat is vanuit historisch oogpunt zeer interessant. Een oorbeeld daarvan is de logger 'Balder'. Bij de restauratie is deze aanvankelijk geheel teruggebracht in de staat, zoals de zeillogger in 1912 werd gebouwd en waarbij de motor, alsmede het schroefraam werden verwijderd. In verband met veranderde inzichten is de logger later toch weer voorzien van een motor, omdat dit in de twintiger jaren van de 20e eeuw gebruikelijk was, waardoor de logger nog steeds voldoet aan de kwalificatie 'Varend Monument' in een staat zoals deze meer dan 50 jaar geleden verkeerde. Bij de opzet van het NRVM heeft men daarop willen inspelen. Daarom wordt bij de beoordeling een onderscheid wordt gemaakt tussen vier onderdelen en dit leidt dan tot een drietal kwalificaties.

kadertje
Beoordelingscriteria voor het NRVM
- de romp
- de opbouw
- de voortstuwing
- het interieur

te kwalificeren als:
- geheel monumentaal
- voldoende monumentaal
- beperkt monumentaal

Categoriën

Voor de beoordeling zijn algemene criteria ontwikkeld en voor de verschillende scheepstypen weer apart uitgewerkt. Daarnaast kent het Register nog de categorie 'in potentie monumentaal' en 'historisch casco'. De categorie 'in potentie monumentaal' betreffen historische casco's met een restauratieplan om aan de minimale eisen van een Varend Monument ® te kunnen voldoen.

kadertje
Door het Register naar buiten gehanteerde categorieën:
A. Varend Monument ®
B. Toekomstig Varend Monument ®
C. Historisch Casco

Naast deze Varende Monumenten varen er in Nederland heel wat schepen rond, die niet direct als monument aan te merken zijn, hoewel ze ouder zijn dan 50 jaar. In Nederland liggen nog duizenden casco's, die afkomstig zijn van historische bedrijfsvaartuigen zoals bijvoorbeeld een groot deel van het Amsterdamse woonbotenbestand. Het zou een verrijking zijn om hun uiterlijk weer in de originele staat terug te brengen. Wanneer een dergelijk casco dat 'verrommeld' is door bijvoorbeeld de opbouw en het casco is terug te brengen is in de 'oorspronkelijke staat', maar aangepast als woning, zou de mogelijkheid moeten bestaan om dergelijke vaartuigen in het Register op te nemen. Daarvan zou een belangrijke impuls kunnen uitgaan! Besloten is om dergelijke schepen op te nemen in een lijst van 'Historische Casco's'. De meeste traditionele, zeilende charterschepen die met betalende passagiers varen, zijn ook in deze categorie onder te brengen. Deze schepen wijken namelijk sterk af van hun oorspronkelijke uitvoering toen ze nog als beroepsvaartuig voeren. Zo varen er zelfs verlengde charterklippers rond met vier masten, terwijl ze nooit zijn gebouwd met meer dan twee masten!
Binnen de behoudsorganisaties vraagt men zich nogal eens af of het onderscheid tussen 'Varend Monument' en 'Historisch Casco', verstandig is. In de afgelopen decennia zijn heel wat casco's van historische bedrijfsvaartuigen voor de sloop gered door mensen, die de schepen uiterlijk in hun originele staat terugbrachten. Dit konden ze doen door de schepen in te richten om erop te wonen. Het voormalige laadruim is dan vaak ingericht als woning. Daardoor is uiteraard de functie van het schip veranderd. De originele luikenkap kan dan gehandhaafd zijn, hoewel vaak enige luiken zijn vervangen door lichtkappen, maar het uiterlijk van een zeilend vrachtvaartuig is weer in zijn in de oorspronkelijke staat teruggebracht. Ter discussie staat of dergelijke schepen als een 'Varend Monument' aangemerkt kunnen worden.
Voor de beoordeling óf en zo ja, in welke categorie een oud vaartuig kan worden opgenomen in het NRVM, is door de FONV de Sectie Varende Monumenten opgericht, bestaande uit deskundigen op scheepsgebied.

Dit artikel is ontleend aan het boek 'Zaankanters en het water door de eeuwenheen', dat onder auspiciën van de Vereniging Zaans Erfgoed in november 2007 zal verschijnen bij de Stichting uitgeverij Noord-Holland


Overzicht