40 jaar Sleepdienst Iskes in IJmuiden

Drie nieuwe sleepboten markeren veertig-jarig jubileum van Sleepdienst B. Iskes & Zn

Tweede 'Triton' meer dan 35 x zo sterk als de eerste in het begin

Het veertig-jarig jubileum van de IJmuidense Sleepdienst B. Iskes en Zn B.V. staat in het teken van ambitieus vlootuitbreidingsprogramma. In februari 2008 zal de nieuwe haven/kustsleepboot 'Triton' in de vaart worden gebracht. Deze krijgt een maximale trekkracht van 70 ton en een vermogen van 5400 pk (circa 4000 kW). Verder zijn er twee zusterschepen besteld met nog meer vermogen voor een maximale trekkracht van 80 ton. Deze zullen eind 2008 in de vaart komen.

De 'Triton' wordt gebouwd door de Turkse Dearsanwerf. Ben Iskes: "De bouwopdrachten voor de volgende twee sleepboten zijn geplaatst bij een Nederlandse werf. We zijn namelijk een prijs overeengekomen die vrijwel gelijk ligt met aanbiedingen uit het buitenland en de levertijd blijkt ook ongeveer gelijk te liggen. De casco's worden wél in het buitenland gebouwd". Het in de vaart brengen van deze drie sleepboten is de grootste stap vooruit sinds het bedrijf veertig jaar geleden werd gesticht. De Sleepdienst B. Iskes speelde de eerste decennia van zijn bestaan een tamelijk onopvallende rol in het Noordzeekanaalgebied en de IJ-mond, nadat Ben Iskes per 1 januari 1968 de sleepvaartonderneming van Jaap Visser in IJmuiden had overgenomen met geleend geld van zijn vader. Deze was toen kapitein op een grote sleephopperzuiger. Daarvóór voer Ben Iskes, geboren op 22 februari 1944, onder andere op sleepboten van Wijsmuller en Smit Internationale. In verband met zijn huwelijk zocht hij het dichter bij huis. De sleepdienst van Visser die het werkgebied in hoofdzaak in de IJmuidense vissershavens had, bood daarvoor het gewenste perspectief. Die sleepdienst telde toen drie sleepbootjes. Omdat bij Ben het geld ontbrak om ze alle drie over te nemen, werd er één verkocht, waardoor hij zijn bedrijf startte met de 150 pk slepertjes 'Triton' en 'Thetis'. Jaap Visser, die nog enige tijd aanbleef als adviseur, raadde wel aan om het vermogen van die slepertjes te vergroten. Het jaar erop hermotoriseerde machinefabriek Markerink in Lobith beide sleepboten, waarbij deze werden uitgerust met gereviseerde, ruim tien jaar oude 230 pk Deutz-diesels. Deze waren afkomstig van de Smit-sleepboten 'Tasmanzee' en 'Barendszzee' die toen beide (ook) werden voorzien van motoren met een groter vermogen. Markerink had veel begrip voor de beperkte financiële draagkracht van Iskes en de motoren werden onder zeer coulante voorwaarden ingebouwd.

Visserij
In de volgende decennia deden zich veel veranderingen voor in de visserij, wat ook gevolgen had voor Iskes. Bovendien bleek een vloot van twee sleepboten te beperkt te zijn voor Iskes om zijn relaties in het IJmondgebied te bedienen, waar ook de veel grotere sleepvaartonderneming Goedkoop/Wijsmuller (nú Svitzer) actief was en is. Om de concurrentie daarmee in de IJmond het hoofd te bieden werd de 'Triton' in 1976 wederom gehermotoriseerd bij Markerink, waarbij een nieuwe 600 pk (440 kW) Deutz-diesel werd ingebouwd. Verder kocht Iskes een jaar later de 300 pk (220 kW) sterke sleepboot 'Volharding 4' aan die hij als 'Aäron' in de vaart bracht. Een sterk punt van Iskes-slepers ten opzichte van de toen enkelschroefs Goedkoopsleepboten was dat deze laatste van een aanzienlijk groter formaat waren. Daardoor konden ze minder goed manoeuvreren in de, voor grotere schepen, nauwe IJmuidense vissershavens. Vandaar dat de loodsen duidelijk hun voorkeur uitspraken voor Iskes. In de volgende jaren deed zich een zeer forse schaalvergroting voor in de (vries)trawlersector. Ook ontstond de behoefte om buiten de pieren te kunnen assisteren. Na diverse aanpassingen van de 'Aäron' in 1980 kreeg deze een certificaat om tot 5 mijl buiten de werkhaven te opereren. Verder onderging de sleper in 1982 een hermotorisering, waarbij een 1000 pk (740 kW) Deutz-diesel werd ingebouwd. Dat extra motorvermogen was onder andere noodzakelijk voor de assistentie van de steeds grotere vriestrawlers die als 'dood schip' met twee sleepboten in en uit de IJmuidense vissershavens moesten (en moeten!) worden gesleept. Dit om te voorkomen dat deze diepstekende schepen door hun grote voortstuwingsvermogen stalen kabels, visnetten, touwwerk en ander afval, dat op de havenbodem ligt, omhoog woelen in de schroeven. Na het afmeren, hetzij langs de kade van de visveiling, hetzij elders in de vissershavens, gingen en gaan de trawlerbemanningen doorgaans van boord. Om de trawlers vervolgens af te meren langs de kade van de veiling, wanneer er plaats is, zijn dan weer twee sleepboten nodig. In verband met die situatie waarbij een sleepboot met een aanzienlijk groter vermogen nodig was, werd in 1987 de 1320 pk (circa 1000 kW) sterke 'Orca II' (ex 'Dockyard VI') aangekocht. Deze kwam als 'Thetis' (2) in de vaart, kort nadat de naamgenoot was verkocht.

Steeds grotere schepen
In 'het kielzog' van de steeds grotere vriestrawlers, die IJmuiden bezochten en bezoeken, arriveerden steeds vaker grote vriesschepen om ingevroren vis aan boord te nemen. Dergelijke schepen begonnen ook in toenemende mate af te meren in Beverwijk, de grootste exporthaven van aardappelen ter wereld. De kwaliteit van de aardappelen bleek bij het vervoer over zee in goed geventileerde koelschepen aanzienlijk beter te blijven, dan bij het transport met conventionele vrachtschepen, waarmee dat eerder plaats vond. Dit leverde extra werk op voor de sleepboten van Iskes, waarvan wel een groter motorvermogen en een grotere zeewaardigheid werd gevraagd om ook assistenties buiten de pieren te verlenen. Vele jaren voerde Ben Iskes zijn sleepwerkzaamheden uit op basis van een goede verstandhouding met zijn relaties in het IJmondgebied. Pas in 1992 sloot hij zijn eerste (schriftelijke) sleepcontract af. Dit betrof een overeenkomst met Cool Carriers, waarvan hun schepen regelmatig bij het koel- en vriescomplex van Kloosterboer afmeerden. Voorwaarde was wel dat Iskes de beschikking moest hebben over een sleepboot met een trekkracht van 20 ton. In verband met deze ontwikkelingen werd in 1993 de 'Pollux' van de Hapag Lloyd overgenomen, De goede manoeuvreerbaarheid van de Voith-Schneidersleper gaf de doorslag voor deze aankoop. De 'Pollux' onderging in 1993 zeer ingrijpend verbouwing, waarbij deze ondermeer een nieuw brugdekhuis kreeg en het vermogen werd opgevoerd tot 1600 pk (1180 kW). Deze wijze van voortstuwing en met name de uitstekende manoeuvreereigenschappen brachten met zich mee dat in 1999 de 1220 pk (900 kW) sterke Voith-Schneidersleper 'Middelbank' van Smit werd overgenomen, waarbij de sleepboot de naam 'Argus' kreeg. Een jaar eerder vond de verkoop de 'Thetis'(2) plaats. In 2001 werd de 'Flying Kestrel' aangekocht, die werd herdoopt in 'Arion'. In 2002 onderging deze sleepboot een ingrijpende verbouwing waarbij twee nieuwe ABC-diesels werden ingebouwd met een totaal vermogen van 2640 pk (1900 kW). De sterkere motoren van de sleepboten zijn onder andere ook nodig om bij zwaar weer de dagelijks in IJmuiden arriverende en vertrekkende veerboten van steeds forser formaat te assisteren bij het aan- en ontmeren in verband met de lijndienst IJmuiden-Newcastle.

Zeesleepvaart
Het werkgebied van Iskes is in de afgelopen jaren flink uitgebreid, zowel buiten als binnen de pieren. Dat gebeurde mede door de invloed van Jim Iskes, die in 1985 direct na zijn opleiding aan de IJmuider zeevaartschool als 17-jarige in vaste dienst kwam bij zijn vader. Vader Ben leerde hem de fijne kneepjes van het sleepvaartvak als sleepbootkapitein in de relatief krap bemeten havens voor de steeds grotere schepen die in het IJmondgebied afmeren. In 2002 werd de 'Thetis' (3) gebouwd met een vermogen van 4.600 pk (circa 3400 kW), die Iskes vervolgens vercharterde aan Wijsmuller Havensleepdiensten/Svitzer Amsterdam voor de dienstverlening in het Noordzeekanaalgebied.
De 'Pollux' gaf vader en zoon Iskes de mogelijkheden om zich ook op zeesleepvaartgebied te begeven, vooral nadat op het achterdek een 50-tons sleeplier met een 500 meter lange 32 mm sleepdraad en 100 meter 26 mm havendraad was geïnstalleerd. Op 24 november 1993 voerde Jim Iskes het eerste 'zeetransport' uit door met de 'Pollux' de drijvende kraan 'Rio Mar' van IJmuiden over zee naar Hoek van Holland te verslepen. Besloten werd vervolgens om de vleugels verder uit te slaan in de sleepvaartsector. Dit leidde onder andere tot sleepcontracten in verband met de bouw van de windmolenparken voor de Nederlandse kust. Voorts worden de nodige kustsleepreizen uitgevoerd. Ook werden en worden onder andere sleepbootassistenties verleend bij 'rig-moves'. Verder verchartert Iskes regelmatig sleepboten voor langere tijd aan derden, zoals bijvoorbeeld Kotug voor de havensleepdienst in Rotterdam. In de herfst van 2007 werd de Iskes-vloot uitgebreid met de Voith Schneidersleper 'Hercules' (ex 'Smit Gladstone', 1865 kW). De kleinere havensleepboten 'Triton' en 'Aäron' behoren ook nog tot de vloot, maar deze slepertjes zijn voor de verkoop aangeboden. Naast deze 'reguliere' sleepwerkzaamheden worden er flink wat bergingen uitgevoerd door de goede contacten in de visserij. Daarbij brengen de Iskessleepboten met enige regelmaat vissersschepen met motorproblemen of brand aan boord in veiligheid. Tot de eerste van deze bergingen behoorde bijvoorbeeld de 'Harriet' FD 254 die op 7 mei 1994 een motorstoring kreeg, waarna de ' Pollux' de kotter 40 mijl ten Noorden van Texel oppikte. Voor dergelijke werkzaamheden, zoals ook bij coasters, worden doorgaans in overleg met de reders en de verzekeraars contracten afgesloten op basis van de hoeveelheid tijd en de ingezette hoeveelheid sleepmaterieel. "Volgens ons werkt dat beter dan bij contracten op Lloyd's Open Form ('No cure, no pay')"stelt Ben Iskes.

Maritieme dienstverlening
In de 'maritieme dienstverlening' valt voor een sleepvaartbedrijf zoals Iskes (en ook andere soortgelijke bedrijven) heel wat te doen. Geschat wordt dat er wereldwijd nu zo'n 200 zeewaardige sleepboten in aanbouw zijn. Dit hangt samen met het feit dat overal het scheepvaartverkeer en de havenactiviteiten toenemen. "We spelen met de nieuwe sleepboten in op de forse toename in het aantal steeds grotere schepen dat de havenmond van IJmuiden binnenloopt", stelt Ben Iskes. "Verder staan nu al bijna honderd windmolens voor de Nederlandse kust en dat aantal zal nog flink toenemen. Zowel de bouw als de bevoorrading ervan levert flink wat werk op. Vandaar dat mijn zoon Jim participeert in WindCat Marine B.V. voor de bevoorradingen. Door onze ervaringen in deze sector bemiddelen we ook regelmatig bij de koop, verkoop en verhuur van sleepboten".
In 2005 besloten Ben en Jim Iskes om de vloot flink uit te breiden gezien de positieve perspectieven voor zowel de offshore op de Noordzee, als door de groei van de havenactiviteiten in het Noordzeekanaalgebied. Toen al bleek dat voortstuwingsinstallaties voor sleepboten een langere levertijd hadden dan de sleepboten zélf. Daarom bestelde Iskes vier 12-cilinder ABC-diesels van 3000 kW, alsmede vier Wärtsilä Z-drive roerpropellorinstallaties. "De motor- en voortstuwingsinstallatie van een kustsleper is tegenwoordig duurder dan de rest van het schip", stelt Ben Iskes. Daarbij kozen zij voor het Canadese Robert Allan Ramparts-3200 ontwerp omdat dit een allround type sleepboot betreft. Van dit type zijn door verschillende werven al ruim dertig sleepboten gebouwd. Omdat de Turkse Dearsan-werf zowel een korte levertijd als een concurrerende prijs kon bieden, werd voor de bouw van de eerste van de drie slepers voor deze werf gekozen omdat deze een korte levertijd bij een concurrerende prijs kon bieden. Eerder bouwde deze werf ook al twee sleepboten van hetzelfde ontwerp voor de Belgische sleepbootoperator URS. Deze sleepboten varen nu in de Antwerpse havens en er zijn zeer goede ervaringen mee opgedaan. De nieuwe sleper krijgt de naam 'Triton'(2); dit omdat de oude en getrouwe naamgenoot binnen afzienbare tijd van de vlootsterkte zal worden afgevoerd. De sleper wordt uitgerust met een 40 tons kraan en een hekrol voor de uitvoering van ankerbehandelingsactiviteiten. Voor de bestrijding van branden wordt de sleepboot onder klasse 'FiFi 1' uitgerust . De twee andere sleepboten, die nog sterkere motoren krijgen, worden even lang, maar 40 cm breder breder.

Personeelsuitbreiding
Samenhangend met de schaalvergroting van de Iskes-activiteiten is ook het personeelsbestand hierop aangepast. Zo zijn per 1 september 2007 Ronald Vergouwen als general manager en Peter Maanders als commercieel manager in dienst getreden. Eerder versterkte Dirk Martens al het Iskes-team als technisch superintendent, waarbij hij nu uiteraard zijn handen vol heeft aan de bouwbegeleiding van de nieuwe sleepboten. Deze drie heren zijn afkomstig van Svitzer en ze zijn dus goed bekend met de sleepvaartsector. Als antwoord op de vraag waarom ze zijn overgestapt van 'sleepvaart-multinational' Svitzer naar het familiebedrijf Iskes, worden vooral de 'platte organisatie' en de korte communicatielijnen als aantrekkelijk genoemd.
Met de uitbreiding op het kantoor en op de boten is het vaste personeelsbestand bij Iskes inmiddels toegenomen tot bijna twintig medewerkers. Dit aantal zal nog toenemen, wanneer de drie nieuwe sleepboten in de vaart komen. "We denken niet dat het verkrijgen van bemanningen daarvoor grote problemen zal opleveren", stelt Ben Iskes. "In de IJ-mond staan we goed bekend en bekwame zeelieden willen graag bij ons varen. Op een paar uitzonderingen na komen onze medewerkers allemaal uit de IJmond. Een belangrijk voordeel voor de zeevarenden is dat we geen lange reizen maken zodat het dienstsrooster hetzij 'één week-op, één week-af', 'hetzij twee weken-op, twee weken-af' is".

Huidige Iskesvloot:

Naam Bouwj. l x b x diepg. (m) kW trekkr. Opm.

'Triton'(1) 1949 18,00x4,85x2,00 440 6 ton
'Aäron' 1961 19,00x5,50x2,40 740 11 ton Aangekocht in 1977, in 1987 ge-
hermotoriseerd, ex 'Volharding 4'
'Argus' 1963 26,45x7,58x3,34 900 15 ton Voith Schneidersleper;
aangekocht in 1999, ex
'Middelbank'
'Pollux' 1963 28,30x8,40x3,90 1180 20 ton Voith Schneindersleper
aangekocht in 1993 en in dat jaar
ingrijpend verbouwd
'Arion' 1976 28,75x9,10x5,40 1900 40 ton Aangekocht in 2001 en in 2002
ingrijpend verbouwd, ex 'Flying
Kestrell', ex 'Karl'
'Hercules' 1977 30,00x8,80x4,60 1865 35 ton Voith Schneidersleper; ex 'Smit
Gladstone', aangekocht in 2007
'Thetis' 2003 28,90x11,20x5,20 3400 61 ton
'Triton' (2) 2008 32,00x12,40x5,20 4000 70 ton
Nieuwbouw 2008 32,00x13,80x5,30 6000 80 ton

auteur: Albert Boes, Krommenie "
uit: De Blauwe Wimpel