Inleiding

.INLEIDING

Het is niet precies bekend wanneer er voor het eerst klompen werden gedragen; voor Nederland houden we de middeleeuwen als vertrekpunt.
De meeste mensen vooral op het platteland liepen op blote voeten, schoenen waren alleen voor de elite. Die droegen ook wel trippen ter bescherming van hun dunne en kostbare schoenen en wellicht zijn daaruit ook wel klompen uit voort gekomen.
Met andere woorden een houten zool als de gemeenschappelijk voorvader van zowel de een als de ander.
Hoe dan ook bleken klompen, uitgeholde blokken hout een relatief goedkoop en practisch alternatief als voetbescherming in barre weersomstandigheden.
Toch liepen kinderen op het platte land tot in het begin van de 20tigste eeuw tot de herfst nog op blote voeten ( bekend in dit verband is de Italiaanse film "De klompenboom"), in Frankrijk telde de klompendragende bevolking wel 3 miljoen personen, die op klompen liepen vaak zonder kousen maar met stro voorzien later ook wel met een soort sloffen van een jutte achtige stof. In Denemarken werden als het erg koud in de klompen sloffen van gevlochten stro gebruikt die in Nederland "dokken" genoemd werden.

Het klompen maken was oorspronkelijk geen zelfstandig beroep maar een bijproduct onder de zelfvoorziende plattelands bevolking. In de steden bestonden een tijd lang klompenmakers gilden, maar heeft men het klompen maken tenslotte weer aan de plattelands bevolking buiten de stadsmuren overgelaten.
Lange tijd bleef de klompen makerij een seizoen gebonden bedrijf om tenslotte toch een beroep te worden en mede door invoering van machines waren er op enig moment veel bedrijfjes actief, met als Noord -Brabant als concentratiegebied. Oorlogen en crisis hebben uiteraard invloed op productie en vraag gehad en ook de invloed van goedkope Belgische klompen deed zich gelden.
Rijk werden klompenmakers nooit, want al nam de arbeidende bevolking toe, werk bleef vaak schaars of seizoengebonden, dus de inkomens laag en waren klompen een uitkomst want ze waren goedkoop.
In tijden van grote schaarste aan elementaire artikelen, zoals tijdens de 2e wereldoorlog, waren klompen zeer gewild als vervanger van leren schoeisel. Versleten klompen werden zelfs weer verzoold, notabene door de grootste hout verwerkende industrie de firma Bruynzeel in Zaandam, bedoeld om de mensen aan het werk te houden en te voorkomen dat ze gewongen in Duitsland te werk gesteld zouden worden.
Tenslotte daalt na de oorlog in de 50tiger jaren de vraag weer en met de tijdelijke opleving door de modetrend van de 70tiger jaren wordt de klomp, hoewel uit het dagelijks beeld bijna verdwenen nog wel gewaardeerd door stratenmakers, met zelfs een EU-keuring en ook in het boerenbedrijf, vooral in het Noorden van Nederland worden nog klompen gedragen.
Daar waar de ouders op klompen liepen en weer voor hun kinderen klompen kochten werd de traditie doorgegeven.
Er zijn nog steeds klompenmakerijen actief die op moderne wijze produceren zonder ooit het oude ambacht uit het oog te verliezen. Het loopcomfort van de "moderne" klomp is tegenwoordig optimaal, de vormgeving soms wel wat te veel vereenvoudigd , maar voorzien van het EEG keurmerk voor een ieder beschikbaar die in een natte omgeving in hobby als beroep zijn werk doet.