Nico Snijders 1918-1943

Hier volgt het relaas dat de vrouw van Cor, Tinie Snijders mij een paar jaar geleden verteld heeft.
Cor en Nico Snijders waren beide lid van de Arbeiders Jeugd Centrale (AJC) opgericht in 1918 op initiatief voornamelijk van de SDAP (Sociaal Democratische Arbeiders Partij) de voorloper van de huidige PVDA.
De AJC was een afspiegeling van de padvinderij, die ten doel had om zonder drank en tabak een socialistisch cultuurideaal te realiseren.
Toen de oorlog uitbrak werkten ze echter bij Zimmer. Na de capitulatie raakten ze bewust of onbewust betrokken bij het eerste ondergrondse verzet. Dat begon doordat ze op een nacht samen met een vriend uit de AJC, die bij de Artillerie Inrichtingen in Zaandam werkte, met een roeiboot over het Noordzeekanaal een lading wapens ophaalden. Die wapens waren al eerder apart gezet en kwamen uiteindelijk voor de helft op de modellenzolder van de gieterij en de andere helft bij bij de tweelingbroers thuis terecht.
Door verraad zoals zoals later maar al te vaak gebeurde werd Nico op een dag op het bedrijf, aan de hand van een lijst, door de SD (Sicherheits Dienst – een onderdeel van de SS) gearresteerd. Tweelingbroer Cor, die niet op die lijst stond, wilde de Duitsers met een houweel te lijf, maar werd gelukkig bijtijds door z,n collega’s tegengehouden.
Nico werd afgevoerd naar het hoofdkwartier van de SD in de Euterpe straat (herdoopt in Gerrit van der Veen straat), via de gevangenis aan de Amstelveenseweg naar Utrecht gebracht, waar het process plaatsvond. De hele verzetsgroep (Het Parool) van 18 man onder leiding van Arie Addicks was opgepakt en werd ter dood veroordeeld op één na, die pas 16 jaar was. Arie Addicks werd al op 8 Oktober 1941 op de Waaldorpervlakte gefusilleerd, de overigen, met uitzondering van die ene, werden na een verblijf in het concentratiekamp Amersfoort op 5 Februari 1943 op de Leusderheide geëxecuteerd.
De moeder van Nico bleef al die tijd zonder enig bericht en mocht hem pas na 2 en half jaar in Amerfoort bezoeken zonder te weten dat hij ter dood veroordeeld was. Dat hoorde ze wel in de trein naar Amersfoort van een joodse vrouw, met ausweis om te kunnen reizen (Joden mochten in principe niet van openbaar vervoer gebruik maken). Deze zegt in een gesprek hoe erg ze het vind dat ze allemaal ter dood zijn veroordeeld, maar de moeder van Nico houdt zich flink en geeft geen krimp.
In het kamp aangekomen wordt ze naar een kamertje gebracht en komt voor het eerst na al die tijd oog in oog te staan met haar zoon, geen tand meer in zijn mond en helemaal grijs. Zijn moeder buigt zich naar hem toe, maar de toeziende Duitser blaft haar toe “ zurück”. Vooral op de eeneiïge tweelingbroer Cor zouden deze gebeurtenissen onuitwisbare sporen achterlaten, “ hij is nooit meer gewoon geworden” zegt zijn vrouw. Hij wilde ook nooit een kerstboom in huis omdat zijn broer tegen de kerstdagen ter dood veroordeeld werd.
Dat heeft ook de volgende generatie niet onberoerd gelaten.
Niemand heeft zich daar ooit om bekommerd, van nazorg was in die tijd geen sprake, dat bestond eenvoudigweg ‘nog’ niet.
Na de oorlog nam men de draad weer op zo goed en kwaad als dat ging. Een zekere Henk Roos een overlevende uit Natzweiler heeft veel navraag gedaan en tenslotte achterhaald waar de mannen werden doogeschoten. Ze werden gevonden in een massagraf bij Soesterberg. Bij de identificatie herkende Nico’s moeder hem aan een geruite overhemd dat ze ooit voor hem gemaakt had. Hij werd herbegraven op de erebegraafplaats in de duinen bij Bloemendaal waar op 4 mei om 20 uur precies de klokken zoals op vele plaatsen in Nederland traditiegetrouw geluid zullen worden. Klokken zoals er na de oorlog vele bij Zimmer gegoten werden onder leiding van tweelingbroer Cor.