Het drama van konvooi PQ 17

In de eerste wereldoorlog was het konvooisysteem ingesteld om koopvaardijschepen te beschermen tegen onderzeeboten en tegen “maritieme stropers”, kruisers en zwaarbewapende koopvaarders, die op kaapvaart waren.

Als sinds de middeleeuwen werden konvooien van koopvaarders beschermd door oorlogsschepen tegen kapers. De Nederlandse zeehelden uit de 17de eeuw hadden hier een grote taak in. Anderzijds gingen ze zelf ook op kaapvaart.

De Engelse marine had in de eerste wereldoorlog grote moeite om te ontdekken dat het varen in beschermde konvooien een veel groter overleving gaf dan het volgen van beschermede routes waren oorlogsschepen patrouilleerden (het concept patrolling the sea lanes).
In de tweede wereldoorlog werd meteen het konvooisysteem ingesteld. Er waren uiteindelijk meer dan 200 konvooiroutes.
Er was een schreeuwend gebrek aan escoreringssvaartuigen.
Zelfs bewapende visserijtrawlers werden ingezet.

Toen in juni 1941 Hitler Rusland binnen viel kwam Stalin plotseling in het geallieerde kamp. Omdat zijn leger onder de voet gelopen werd door de Duitsers kwam hij in het nauw.
De Sovjets zaten dringend om tanks en vliegtuigen verlegen. Vanaf augustus 1941 werd een bevoorradingsroute opgezet. Vanuit Groot-Brittannië, Loch Ewe in Schotland, of van IJsland vertrokken de konvooien met Amerikaanse en Britse voorraden naar Moermansk in de winter of Archangelsk in de zomer.
Deze konvooien kregen konvooinummer PQ. Deze route betekende zomers vierentwintig uur daglicht en ’s winters extreme koude. En de Duitsers die in Noorwegen zaten waren dichtbij.
Aanvankelijk ging het redelijk goed; de Duitsers hadden nog niet door dat het gemakkelijk was tanks uit te schakelen in de Noordelijke IJszee dan in de Russische steppe. Maar dan kwamen ze snel achter.

Konvooi PQ 17 vertrok op 27 juni 1942 van IJsland. Er waren 35 vrachtschepen die 297 vliegtuigen, 594 tanks en 4246 vrachtwagens en kanonnetrekkers vervoerden. Verder werden zo’n 156000 ton aan andere, vooral militaire, goederen vervoerd. Voldoende voor een leger van 50000 man.
Men nam een zo noordelijk mogelijke koers langs de rand van het pakijs. De bescherming bestond uit een binnenring van 6 onderzeebootjagers, 11 korvetten, mijnenvegers en bewapende trawlers. De tweede ring bestond uit 4 kruisers en 4 onderzeebootjagers. Op grotere afstand volgden nog slagschepen en een vliegdekschip. De oorlogsschepen waren Brits of Amerikaans. De vrachtschepen waren Amerikaans of Brits met uitzondering van een Panamees, twee Russen en een Nederlands schip, de Paulus Potter. De zeelieden hadden die in vredestijd aangemonsterd en die hadden nu een vaarplicht.
De schepen waren niet speciaal ingericht voor de vaart in de Poolzee. Ze hadden geen ijsversteviging en ook de verwarming was er niet op ingericht. De uitrusting en de kleding van de zeelieden was er niet op ingericht op de poolkoude. Overkomend buiswater leidde soms tot zulke ernstige ijsvorming aan dek dat een schip topzwaar werd en driegde te kapseizen. Dat ijs kon vaak alleen met de hand worden weggehakt. Als men in het ijskoude water terecht kwam dan was door snelle onderkoeling de overlevingskans heel gering.

Ik las voor het eerst over het konvooi toen ik zo’n 12 jaar was. Dat was het boek Scheepsverklaring van Anthony van Kampen, maritiem journalist en oprichter en hoofdredacteur van het maritieme maandblad De Blauwe Wimpel. De eerste druk verscheen in 1952.
Een scheepsverklaring is en verslag van de kapitein over een gemaakte reis of een ongeval. Dit boek ging over ervaringen van Nederlandse zeelieden in de oorlog.
Een van de schepen van PQ 17 was het Nederlandse Paulus Potter. Dit was een zogenaamd regeringschip.
De Nederlandse regering in Londen had een aantal standaardschepen gekocht en ze ter beschikking gesteld aan rederijen. De Paulus Potter was een empire-schip, een Brits standaard schip. Toen het schip uit Schotland via IJsland naar Rusland vertrok waren er 25 tanks en 35 vliegtuigen aan boord. Er was ook munitie aan boord. Op 3 en 4 juli werden aanvallen van Duitse bommenwerpers afgeslagen door de het zware afweervuur van de begeleidende oorlogsschepen. De beschietingen door de Duitse vliegtuigen was een ware hel. Maar het konvooi bleef redelijk ongeschonden.
En plotseling kwam ’s avonds op 4 juli het bevel: konvooi verspreiden. De Tirpitz zou de Noorse fjorden hebben verlaten op weg naar het konvooi. De Tirpitz was het grootste en zwaarst gepantserde Duitse oorlogsschip. Het was net een jaar in dienst.
De konvooibegeleiders zouden te zwak zijn voor dit schip. Het was nu elk schip voor zichzelf.
De Paulus Potter koerste richting Spitsbergen en kwam als spoedig aan de rand van het pakijs. Daar werd het schip aangevallen door 7 Duitse bommenwerpers. Het schip had een flinke luchtafweer en 18 kanonniers aan boord. Twee vliegtuigen werden neergehaald. Maar na ruim een uur was de munitie op. Het schip was lek, de stuurmachine was onklaar geraakt en de hoofdstoomleiding was gesprongen. Kapitein Sissingh gaf orders het schip te verlaten omdat de kans op zinken of een explosie te groot was geworden. In de sloepen werden ze nog beschoten. Maar nadat de vliegtuigen nog vergeefs pogingen hadden gedaan om het schip de genadeklap te geven, vertrokken de vliegtuigen.
De eerste stuurman liet zijn sloep terug varen naar het schip op droge kleren op te halen en zo de overlevingskans te vergroten. De sloepen zetten koers naar Nova Zembla. In de buurt waren nog twee schepen vernietigd. Men maakte contact met een Amerikaans schip, maar dat zat al vol schipbreukelingen. En bovendien achten beide partijen het veiliger in de sloepen. De tocht duurde 6 dagen. Steeds meer bemanningsleden kregen last van honger en dorst en bevriezingsverschijnselen. Toen de sloepen het strand bereikten konden 27 overleden wegens bevriezingsverschijnselen niet meer lopen. Er waren daar ook twee sloepen van een Amerikaans getorpedeerd schip. Nadat de zieken wat waren opgeknapt voeren de sloepen verder naar een Russisch marinebasis. Onderweg kwam men een gestrand Amerikaans schip tegen. De zieken werden van het marinebasis met een vliegtuig naar Archangelsk vervoerd. De sloepen hadden een lading bruine bonen van het gestrande Amerikaanse schip ingenomen en voeren vervolgens naar een reeds overbevolkt Engels schip. Dat nam ook deze schipbreukelingen mee. Onder begeleiding van een Russisch marinevaartuig vertrok dit schip naar Archangelsk waar men op 25 juli aankwam. Daar hoorde men dat er waarschijnlijk 30 schepen verloren waren gegaan. De hygiënische omstandigheden in de ziekenhuizen waren slecht en op 17 september kon men inschepen op een retourkonvooi.

In 1984 vertelde de Zaanse journalist Jelte Rep het verhaal van de Paulus Potter opnieuw. Hij werkte voor het dagblad Trouw maar maakte ook TV documentaires. Het gevaar van de Tirpitz was bekend daarom hadden de Britten zelfs de Home Fleet op afstand het konvooi laten volgen.
De Duitsers overwogen en aanval op de Moermansk konvooien met het slagschip Tirpitz, de kruisers L?tzow, Admiral Scheer en Admiral Hipper en 12 torpedobootjagers. Het moest een gecombineerde actie worden met de Luftwaffe; operatie Rösselsprung.
Op 4 juni 1942 werd in Londen een bericht uit Zweden ontvangen dat het bevel voor deze operatie was uitgegaan.
Die dag was de Paulus Potter vertrokken uit Gourock in Schotland. De Britse marine was tegen dit konvooi geweest maar Churchill zette de reis om politieke redenen door. De relatie met de Sovjet Unie was van levensbelang voor de voortzetting van de oorlog tegen de Duitsers.
Op 1 juli verliet de Tirpitz samen met de Admiral Hipper de Trondheimfjord. Ze voeren naar de Altafjord om daar de aanvalspositie in te nemen. Het was wachten op de toestemming uit Berlijn om aan te vallen. Die zou verleend worden als de locatie van de Britse Home Fleet en eventule vliegdekschepen bekend was. De Duitse luchtverkenning vond de Home Fleet niet.
Maar een Spitfire vond de Tirpitz wel. Londen was nu gewaarschuwd. Ook de andere Duitse schepen voegden zich bij de Tirpitz. Maar Hitler zelf moest toestemming geven voor de aanval door de grote kostbare oppervlakteschepen. De Britten waren goed op de hoogte van de posities van de Duitse schepen, maar de Duitsers bleven in het Duister tasten over de positie van de Home Fleet.
Het Operational Intelligence Centre (OIC) zat 30 meter onder de grond in Londen en men coördineerde daar de informatie die binnenkwam van luchtverkenningen, spionnen en afluisteren en ontcijferen via ULTRA. The First Sea Lord, het hoofd van de Britse marine, Admiral of the Fleet Sir Dudley Pound was verantwoordelijk voor het hele konvooisysteem in de Noordelijke IJszee. Op 4 juli wilde hij weten of de Tirpitz was uitgevaren. Dat kon OIC niet met zekerheid zeggen, maar het leek onwaarschijnlijk op grond van allerlei afgeleide informatie.
Er was ook geen luchtverkenning. Analyse van de positie van Duitse duikboten leek er op te wijzen dat ze posities innamen rond de beschermende kruisergroep van het konvooi. Pound zag een verband met de positie die de Tirpitz mogelijk innam. Hij wilde onmiddellijk positief bewijs dat de Tirpitz zich nog in de Altafjord bevond. Toen dat bewees niet gegeven kon worden en alleen indirect bewijs beschikbaar was, nam hij een dramatisch besluit.
Het konvooi moest worden ontbonden en de beschermende kruisergroep moest zich terug trekken. Iedereen bij de marinestaf realiseerde zich dat het zou ontaarden in prijsschieten door de Duitsers. En de meeste adviseurs van Pound waren tegen.
Toch gingen de telegrammen uit, tot verbijstering van de commandanten van de oorlogsschepen en de kapiteins van de koopvaardijschepen. Voor de kapiteins van de koopvaardijschepen betekenden dat dat het konvooi was opgegeven en dat iedereen zich moest proberen te redden.
Het verhaal van de ondergang van de Paulus Potter bij Jelte Rep verschilt niet zo veel van het verhaal uit 1947. Het is veel uitgebreider omdat Rep een aantal overlevenden heeft gesproken.
ULTRA ontving op 5 juli een bericht van de Tirpitz dat het klaar was om uit te varen maar nog steeds op een bevel wachtte. Om 15 uur kreeg men eindelijk toestemming van Hitler om de operatie Rösselsprung te beginnen, nadat men had ontdekt dat de Britse Home Fleet op ten minste 400 zeemijl afstand was. Echter na een paar uur werden de Tirpitz gezien door een Russische en een Britse duikboot en Engelse Catalina vliegboot. De Duitsers vreesden een valkuil en keerden terug.

Slechts 11 van de 35 koopvaardijschepen overleefden deze hel. Het kostte 135 zeelieden het leven. Een aantal was voor de rest van hun leven invalide. Er gingen 430 tanks, 3350 voertuigen, 210 vliegtuigen en 142000 ton aan andere goederen verloren. Sir Dudley Pound geldt als de man die de Battle of the Atlantic won, maar het bevel om konvooi PQ 17 te laten verspreiden en de beschermende oorlogsschepen terug te trekken, blijft als een smet aan hem kleven.
De Paulus Potter die was blijven drijven werd later alsnog door een Duitse onderzeeër getorpedeerd.

The goods guys en the bad guys
In de recente BBC documentaire was Sir Dudley Pound de bad guy en Leo Gradwell de good guy. Leo Gradwell was een advocaat die als vrijwilliger was bij de marine in dienst was gegaan. Hij had klassieken gestudeerd in Oxford, sprak zes talen en was in de eerste wereldoorlog adelborst geweest. Na de oorlog werkte hij als advocaat in de Liverpool. Als hobby had hij zeilen.
In de tweede wereldoorlog werd hij commandant van de bewapende vistrawler Ayrshire. Die was ook ingedeeld bij de bescherming van PQ 17. Toen de escorteschepen het bevel kregen om zich terug te trekken, bleef de Ayrshire in de buurt van een aantal vluchtende koopvaardijschepen. Samen met drie schepen kwamen ze in het pakijs.
De kanonnen van de Sherman tanks aan boord werden in gereedheid gebracht om op vliegtuigen te schieten. De schepen werd bij wijze van camouflage wit geschilderd. Zij overleefden en kwamen ten slotte in Archangelsk.
Gradwell is het symbool van het archetypische Britse gentleman-amateur door zijn karakter eigenschappen zich uit de meest netelige problemen weet te redden. (het Lawrence of Arabia syndroom)
Er zijn in de loop van de jaren heel veel boeken verschenen over PQ 17.
In 1999 nam Paul Kemp het in zijn boek Arctic Convoys op voor Dudley Pound. Uiteraard heeft hij ernstige fouten gemaakt. Maar de eerste fout was dat het konvooi vertrokken was. Verder was Pound een product van een rigide systeem waarbij promotie ging op basis van leeftijd. Bovendien was zijn functie een dubbelfunctie: hoofd van de organisatie en hoofd van de operaties. Zo waren er meer problemen in de organisatie verantwoordelijk voor dit verschrikkelijke falen.
Jelte Rep heeft ook bemanningsleden van Duitse duikboten gesproken. Al in 1964 was uit een boek bekend dat de Paulus Potter was blijven drijven. Het schip werd een week later door de U 255 gevonden. Een enterploeg ging aan boord om te kijken of het schip mogelijk naar Noorwegen gebracht kon worden. Dat bleek een te zware opgave omdat de machinekamer vol water stond. Men nam voedsel, drank en sigaretten mee. Op de brug vonden ze de geheime instructies en codes. Die hadden in een met loof verzwaarde tas overboord gezet moeten worden In de paniek om het schip te verlaten was die niet gebeurd. Nadat de enterploeg naar de duikboot was teruggekeerd werd de Paulus Potter met een torpedo tot zinken gebracht. De commandant filmde deze torpedering. Zo werd weer een andere kijk op de oorlogsvoering gegeven.

Jur Kingma

Afbeeldingen:
01. Routed North. Schilderij van John Allan Hamilton (1911-1993) van de barre omstandigheden waaronder de konvooien naar Rusland opereerden. Imperial War Museum. Een collectie van zijn schilderijen over konvooien hing op het museumschop HMS Belfast in Londen. Hamilton was een beroepsofficier die na zijn pensionering ging schilderen.

02. Varen ze door? Schilderij van de Canadese schilder Harold Beament (1898-1984)

03. Omslag van het boek S.O.S. Paulus Potter van Jelte Rep.

04. Een Empire schip. Een Engels standaard schip uit de tweede wereldoorlog. De Paulus Potter was ook een Empire schip
.
05. De Duitse sportfotograaf Bruno Wundshammer (1913-1987) vloog met het derde Adelaarseskader Ju 88 vliegtuigen mee tijdens de aanval op PQ 17. Vanaf 1937 was hij oorlogsfotograaf. Na de oorlog was hij in West-Duitsland een mode- en societyfotograaf. Dit is de enige foto van de Paulus Potter
.
06. Film van de ondergang van de Paulus Potter gefilmd door Luitenant ter zee Hugo Deiring van de U 255. Na de oorlog erke hij als journalist bij de S?ddeutsche Zeitung.

07. Eerste deel van de reis van PQ 17 van IJsland richting Bereneiland. Kaart uit SOS Paulus Potter van Jelte Rep.

08. Kaart met de posities van de schepen van PQ 17 die in de grond geboord werden. Kaart uit SOS Paulus Potter van Jelte Rep.

09. Omslag boek Paul Kemp uit 1999

10. Een escorte schip zwaar onder het ijs. Als het ijs niet weg werd gehakt, dan bestond dat kans dat het schip zou kapseizen omdat het topzwaar werd. Foto IWM

11. H.M.S. 'Ayrshire' and Ships from 'PQ17' in the Ice Pack, 5–7 July 1942
Charles David Cobb National Museum of the Royal Navy, Portsmouth

12. Schema met de oorlogsschepen doe konvooi PQ 17 moesten beschermen. Bron Wikipedia

13. ijshakken aan boord van de kruiser H.M.S. Belfast in 1943. Foto IWM.

14. Lijstmet koopvaardijschepen van PQ 17. Website: naval history.

15. Scheepsverklaring door Anthonie van Kampen

Noten:

1. http://www.bbc.co.uk/programmes/b03n3297

2. S.J. van Limburg Stierum, Varen in Oorlogstijd (Amsterdam, 1947) 192-202.

3. Jelte Rep, S.O.S Paulus Potter (Den Haag, 1984)

4. Paul Kemp, Convoy! Drama in Arctic Waters (London,1993)