Friesland

SNEEUW

Ik voel me net een marionet, een pop met houten poten. Ik moet mijn knieën hoog optillen om vooruit te komen, net of ze aan touwtjes zitten.
Mijn voeten doen zeer. Ik wil mijn klompen wel uit maar dat mag vast niet van mama. Onder iedere klomp zit een bonk sneeuw. Die bonk is drie keer zo hoog als de klomp zelf. Ik kan die bonk er niet afkrijgen. Je moet je klomp tegen een hekje slaan maar dat helpt niet. Dit is het hek van tante Rens.
Die ziet met gelukkig niet. Toch maar de klompen uit. Nu kan ik wel lopen maar mijn voeten worden koud. Koude voeten doet ook pijn. Mevrouw Tulp aan de overkant schudt haar wijsvinger. Ik doe de klompen weer aan. Maar het gaat niet. Bij elke stap komt er meer sneeuw onder. Ik ga zitten maar dat kan ook niet. Ik moet weer opstaan. Ik sta op één been met de andere voet los op de grond. Ik pak

de klomp van de voet. Ik val bijna om. Ik weet niet hoe dit moet. De klomp moet weer aan. Ik moet naar huis. Stapje voor stapje. Nu komt het huis van de dokter. Daar is geen hek om me vast te houden. Mevrouw dokter staat voor het raam. Zij kijkt wel maar doet niets. Daar is het hek van mevrouw Bultema. Nu ben ik bijna thuis. Ik doe de klompen weer even uit. Als mama het maar niet ziet. Onze voordeur. Dag voordeur. Ik moet door de steeg achterom, voor om gaan wij nooit. Nog een klein stukje. Klompen weer aan. De deur in de schutting staat open. In de tuin hoor ik mijn broer en zus lachen. Zij stappen op hun hoge bokken poten in het rond en rollen dan schaterend in de sneeuw. Ik begrijp het niet. Mijn benen doen niets meer, ik zak in elkaar als een marionet waarvan de draadjes zijn doorgeknipt.

Jeugdherinnering: Marie Roelofsen 19 april 1997


Sneeuw