Zuid-Holland 1

DE KLOMP

Straks verdwijnt niet alleen de gulden, maar ook de klomp. De klomp ontbeert namelijk de CE-markering. Dat is een Europees keurmerk. Schoeisel zonder dat keurmerk mal volgens de Arbowet niet meer op de werkplek gedragen worden. Wat ben ik blij dat mijn goede vader dat niet meer hoeft mee te maken! Zijn leven lang heeft hij op klompen gelopen. Hij wou zelfs met klompen aan begraven worden.
'Zelfs al tuimelen de mussen doodgevroren uit de lucht, dan gloeien je voeten in klompen als een potkacheltje,' zei . altijd. 'En's zomers ook geen centje pijn. Nooit van die stinkende zweetvoeten. En geen gesodemieter met veters in de knoop, geen getob met een schoenlepel. Je e doet ze in een wibussie aan, je doet ze in een wibussie uit, en als de een of andere sloeber kwaad wil heb je altijd een stuk hout bij de hand waarmee je een flinke jens kan geven.' Toch heeft mijn vader voor zover ik weet nooit iemand met een van zijn klompen geslagen. Wou hij schrik aanjagen dan liet hij zijn protheses half uit zijn mond komen, klepperde er even en praatte rustig door.
Als gevolg van het feit dat mijn vader zijn leven lang op klompen liep, had hij zowel op zijn linker- als op zijn rechterwreef een reusachtige eeltknobbel. Hij praatte daar altijd vol vertedering over, noemde ze zijn kabouterhoofdjes. Het waren inderdaad mooie ronde kale halvemaantjes die uit zijn wreven oprezen, met een krans van haar eromheen. Net halve schedeltjes.
Toen hij in het Holy-ziekenhuis te Vlaardingen lag, mocht hij graag plotseling zijn voeten ontbloten om met zijn kabouterschedels de verpleegsters angst aan te jagen. Hij genoot enorm van het feit dat zijn eeltknobbels zoveel opzien baarden. 'Al wat hier doktert,' zei hij, 'zoekt een smoesje om eens effetjes naar mijn voeten te komen koekeloeren, want ze hebben allemaal al van horen zeggen dat 'r achter m'n tenen een klein kereltje woont dat z'n gebalde vuistje door de huid van m'n wreef heen steekt.' Hij kreeg het advies z'n eeltknobbels te laten weghalen. Hij was daar diep verontwaardigd over.
Sinds ik op de vette zeeklei woon en zelf mijn groenten teel, draag ik in navolging van mijn vader ook altijd klompen. Het is waar dat je voeten 's zomers koel en 's winters warm blijven. Het is buitengewoon prettig op klompen te lopen, ze knellen niet, je voeten hebben bewegingsvrijheid en 't lijkt wel of ook je sokken minder snel slijten. Er is eigenlijk, afgezien van het feit dat je soms misprijzend wordt aangekeken als je op klompen boodschappen doet, maar één bezwaar tegen het dragen ervan. Je moet nooit vergeten je klompen door hoge, dichte schoenen te vervangen als je gaat zagen. Zaag je met klompen aan dan valt onherroepelijk een deel van het zaagsel in de smalle gleuf tussen je sok en de opstaande houten rand van de klomp. Die scherpe, puntige zaagseltjes nestelen zich gaandeweg in je sok. Doe je vervolgens een paar stappen dan lijkt het alsof tientallen spelden in je zool gestoken worden. Een vreselijke ervaring! Erger is nog dat 't zaagsel zich nauwelijks meer uit je sokken laat verwijderen. Zaag je een poosje op klompen dan kun je je sokken beter meteen maar weggooien.

Uit: MAARTEN 'T HART "De gevaren van het joggen"- Dwarse Boutades - Arbeiderspers 1999