Vliegboten en de komst van Irish Coffee.

Sommige vormen van techniek gaan vele eeuwen mee, zoals de wind- en de watermolen en het zeilschip. Andere vormen gaan relatief kort mee, zoals de kristalontvanger en de langspeelplaat. Ook de vliegboot heeft maar een korte periode van bloei gekend. En in die periode speelde Ierland een belangrijke rol. Deze zomer maakten wij een reis met de caravan door Ulster en de Ierse republiek. Op de camping Castle Archdale zagen wij overblijfselen van een vliegbootbasis uit de tweede wereldoorlog en in Foynes was een museum gewijd aan de geschiedenis van de Trans-Atlantische vluchten met vliegboten. Een goede reden om wat dieper op de geschiedenis van de vliegboten in te gaan.
In 1903 slaagden de broers Orville en Wilburt Wright er in om de eerste vlucht te maken met een vliegtuig dat door een motor werd aangedreven. Het was in onze ogen allemaal nogal primitief, maar de luchtvaart zou daarna een grote vlucht nemen. De eerste vliegtuigjes waren nog van fietsonderdelen gemaakt. Men steeg op van weilanden en later van grasbanen. Maar de rolweerstand bij het starten was hoog. Misschien was opstijgen van het water een alternatief.
De Eerste vliegboten
In 1910 had de Fransman Fabre met zijn “Le Canard” al laten zien dat je kon opstijgen vanaf het water. De Amerikaan Glenn Curtiss ( 1878-1930) experimenteerde in 1911 en 1912 met wat het basisontwerp van de vliegboot zou worden. Hij bouwde eerst fietsen en motorfietsen. Bovendien was hij een succesvol motorracer. Vanaf 1904 was hij betrokken bij de luchtvaart, als motorenbouwer, piloot en later vliegtuigbouwer. In 1910 steeg hij op van een klein vliegdek op een Amerikaanse kruiser. In dat zelfde jaar slaagde hij er ook in om te landen op een oorlogschip. In 1911 bouwde hij vliegtuigen op drijvers. Een jaar later was er de A1 Triad die behalve een drijvende romp ook intrekbare wielen had. Het vliegtuig werd verkocht aan de marines van de USA, Rusland, Duitsland, Japan en Engeland. In 1912 ontwikkelde hij samen met de Engelse marineofficier John Cyrill Porte de Flying Fish die bedoeld was om de prijs van de eerste Atlantische overtocht te winnen. Twee jaar later ontwierp hij met Porte een nog grotere vliegboot voor de Atlantische oversteek; de America. Porte ging aan het begin van de eerste wereldoorlog terug naar de Engelse marine. Op basis van vliegboten van Curtiss ontwierp hij de Felixtowe vliegboot. Curtiss kreeg talloze opdrachten voor de Amerikaanse defensie. Hij bouwde ook een van de beste lestoestellen. Hij werd toen de grootste vliegtuigfabrikant ter wereld. Er werkten meer dan 20000 man in zijn fabrieken. Van de Curtiss HS -1L en HS- 2L vliegboten zijn er in de eerste wereldoorlog meer dan 1000 voor de Amerikaanse marine gebouwd. Ook de Engelse marine vloog er mee in het kader van de jacht op de Duitse duikboten. Na de oorlog werden een aantal Curtiss vliegboten in gezet in de burgerluchtvaart. In 1917 werd voor de Amerikaanse marine een lange afstandsvliegboot ontwikkeld: de NC 4. In 1919 probeerden 3 van deze vliegboten een Atlantische oversteek te maken. De start was in Newfoundland. Op zee lagen 58 torpedobootjagers die met schijnwerpers hun plaats aangaven en zo het vliegpad over de oceaan markeerden. Om de vier honderd mijl lag een slagschip als weerstation. Het eerste vliegtuig landde op de oceaan waar de bemanning werd gered door een schip. Het tweede landde op zee en taxiede ruim twee dagen over de oceaan naar de Azoren. Het derde landde bij de Azoren. Steeg daar weer op om de oversteek naar Lissabon te maken en vertrok vandaar naar Southampton. Vliegboten zouden tot na de tweede wereldoorlog een belangrijke rol in de militaire en burgerluchtvaart spelen.
In 1913 was op de Bodensee een wedstrijd voor vliegboten die werd gewonnen door de vliegtuigconstructeur Ernst Heinkel met zijn enkeldekker Albatros die een hoogte van 500 meter bereikte en over de 200 kilometer 46 minuten deed. De Amerikaanse firma Boeing & Westervelt bouwde in 1916 haar tweedekker vliegboot B & W Seaplane. Dornier bouwde in 1916 zijn eerste passagiersvliegboot. Het was de tweemotorige “Wal”, walvis, die een metalen romp had. Hij werkte in opdracht van Graf Zepplin aan lichtmetalen oorlogsvliegtuigen. Hij bouwde ook experimentele vliegboten voor de Duitse marine. Door de geallieerde overwinnaars werd na de vrede van 1918 de bouw van vliegboten verboden. Dornier week uit naar Italië waar hij in 1922 de eerste Wal afleverde. Het was een spraakmakend vliegtuig. Amundsen vloog er mee over de Noordpool. In 1930 begonnen de Duitsers er een lijndienst mee van Warnemunde op New York. In 1929 kwam de grote Dornier X in dienst. Een vliegboot van 40 meter die 70 passagiers mee kon nemen. Hij had 12 motoren; 6 dreven een voorwaartse en 6 een achterwaartse gerichte propeller aan. In de jaren dertig waren er zelfs Dornier Wal vliegboten die door een stoomkatapult vanaf van een schip werden geschoten. Dat gebeurde midden op de Atlantische Oceaan. Dan was de post dagen eerder aan de andere kant van de oceaan. Ook dat was maar een kortte fase in de techniekgeschiedenis want de Engelse Short Empire en de Amerikaanse Yankee clipper vliegboten maakten dit spoedig overbodig.
De vliegtuigbouwers Gebroeders Short
De gebroeders Eustace en Oswald Short maakten in 1897 hun eerste ballonvlucht. Ze begonnen in 1905 met een bedrijfje dat luchtballonnen vervaardigde voor het Brits-Indische leger. In 1908 werd een derde broer in de zaak opgenomen. Er werd een werkplaats gesticht in Londen. Ze kregen de Europese rechten van de gebrs. Wright om de Wright Flyer te bouwen. Zo werden ze de eerste Europese vliegtuigfabriek. In 1909 bouwde men in een waddengebied in de monding van de Thames een vliegveldje dat ook de thuisbasis van de Engelse Aeronautic Society werd. In 1916 kreeg men de opdracht voor de bouw van twee grote luchtschepen voor de Engelse marine. Daarvoor werd een aparte fabriek in Bedford gebouwd. Vanwege de grote vraag naar vliegboten werd in 1915 in Rochester in Kent een nieuwe fabriek gebouwd aan groot vaarwater, de Medway. Kort daarna werden ook de gewone vliegtuigen in Rochester gebouwd. In de eerste wereldoorlog bouwde men 900 oorlogsvliegtuigen. Het bedrijf was ook ingeschakeld bij de bouw van experimentele vliegboten op basis van de ontwerpen van Curtiss. Na de eerste wereldoorlog hadden vliegtuigbouwers een moeilijke tijd. Short ging toen ook autobussen bouwen. In 1926 bouwde men een De Havilland met behulp van drijvers om tot een watervliegtuig. Daarmee werd een tocht naar Australië gemaakt. In 1928 bouwde men zo De Havilland vliegtuigen om tot watervliegtuigen voor een Canadese vliegmaatschappij. Lange afstandsvluchten waren in die tijd alleen mogelijk met watervliegtuigen of vliegboten omdat er een infrastructuur met vliegveleden in grote delen van de wereld ontbrak. Short ontwikkelde de Short Singapore voor de vliegtuigmarkt. Het vliegtuig bleek zeer betrouwbaar, maar ook kwetsbaar. In 1928 bouwde men de Short Calcutta die o.a door de Imperial Airways werd ingezet op de lijn van Genua naar Alexandrië. Er werden grotere versies ontwikkeld de Short Kent en de Short Empire. Zo’n vliegtuig werd in 1937 gebruikt om van Foynes in Ierland te vliegen naar Newfoundland.
Foynes
Het plaatsje Foynes ligt aan de monding van de rivier de Shannon zo’n 50 kilometer van Limerick. Foynes werd in 1836 een havenplaats. Toen in 1937 werd besloten tot de aanleg van een vliegbootlandingsplaats, telde het dorp 500 inwoners. Het Monteagle Arms hotel werd het stationsgebouw. Een Nissen hut van golfplaat werd een van de bijgebouwen. Het was de directeur van de Pan American luchtmaatschappij, Juan Trippe, die zich sterk makte voor trans-Atlantische vluchten. Hij maakte gebruik van de diensten van Charles Lindbergh om geschikte routes te ontwikkelen. Lindbergh maakte als eerste een solovlucht van de USA naar Europa in 1927. In 1935 werd een overeenkomst getekend tussen Canada, het Verenigd Koninkrijk en de Ierse republiek over een trans-Atlantische vliegverbinding. Op het schiereiland Rineanna aan de Shannon bij Limerick zou een vliegveld en vliegbootstation komen. Omdat deze voorzieningen niet op tijd klaar waren, werd aan de andere zijde van de Shannon bij het dorp Foynes een tijdelijke vliegbootbasis gebouwd. Het Britse ministerie van luchtvaart hielp met het opzetten van een meteorologische dienst. Op 5 juli 1937 vertrok de Imperial Airways vliegboot Short S-23C “Caledonia” van Foynes. Het zat barstens vol met blikken vliegtuigbezinine die in de lucht in de tanks van het vliegtuig werden overgepompt. Die zelfde dag vertrok Pan American’s Sikorsky “Clipper III” van Botwood in Newfoundland. Er werden nog meer proefvluchten gemaakt. De Britse vliegboten hadden onvoldoende brandstof aan boord. Omdat vooral veel brandstof werd gebruikt bij het starten probeerde men hier een oplossing voor te vinden. Een curieuze oplossing was dat het watervlieg werd gelanceerd vanaf een ander watervliegtuig. Op 19 juli 1938 vertrok het vliegboot Short S 21 “Maia” met op de rug het Short 20 watervliegtuig “Mercury”. Nadat de Maia was opgestegen kon de Mercury vanaf het vliegende platform vertrekken voor een record vlucht naar Newfoundland. Een andere oplossing was het tanken in de lucht. Dat gebeurde in 1939 uit een Handly-Page Harrow bommenwerper. Pan American was in 1927 gesticht door Juan Trippe. Had de steun van de steenrijke financiers Rockerfeller en vanderBilt. Hij kreeg contracten voor het vervoer van post met vliegboten. In 1935 werd een lijn geopend van San Francisco naar Hong Kong met Sikorsky S 40 vliegboten. Voor de lijn van Newfoundland naar Ierland gebruikte men in eerste instantie een Sikorsky S 42. Trippe vroeg aan Boeing om een vliegboot voor deze lijn de ontwerpen. Dit werd de Boeing 314 Clipper. Dit vliegtuig kon 35 passagiers vervoeren. De bemanning van 7 personen maakte gebruik van “de brug”. Er was nog en “ Observatiedek” om een zonnetje te schieten. Het vliegtuig was luxueus uitgevoerd en had zelfs een bruidssuite. De eerste vlucht volgens de dienstregeling was op 28 juni 1939. De eerste betalende passagiers werden vervoerd op 9 juli 1939. De Imperial Airways vloog met Short S 23, S 25 en S 30. Vanaf vloog men als BOAC ook met de Consolidated PBY Catalina. Vanaf Foynes werd ook gevlogen op Lissabon en Poole in Zuid Engeland. Vanaf 1940 ging American Export Airlines vliegen tussen New York en Foynes met een Vought-Sikorsky S 44 vliegboot. Deze kostten $ 2100000 per stuk en er konden 16 passagiers mee. Vanaf Newfoundland vloog men de groot-cirkel-route over de Atlantische Oceaan. Men vloog op geringe hoogte zodat men veel last had van wind, mist en regen. ’s Winters ging met van Newfoundland naar Lissabon. In de tweede wereldoorlog ging de lijndienst door. Het vliegen met deze lijndienst was voor behouden aan politici, miljonairs en filmsterren. Maar ook Koningin Wilhelmina en Prins Bernhard hebben met een Yankee Clipper naar de USA gevolgen. Koningin Wilhelmina vertrok op 17 juni 1942 van de RAF basis vliegbootbasis bij Castle Archdale.

Op 10 augustus 1928 vloog een Focke Wulff 200 “Condor” van de Lufthansa in 25 uur van Berlijn naar New York. Dit was een viermotorig vliegtuig dat geheel van metaal was. De dagen van de vliegboot waren nu geteld. De tweede wereld gaf een enorme impuls aan de ontwikkeling van viermotorige bommenwerpers in de USA en Engeland. Na de oorlog kon de verworven kennis worden gebruikt bij de bouw van verkeersvliegtuigen. De laatste trans-Atlantische vlucht naar Foynes was in 1946. Aquila airways vloog nog tot 1949 vanaf Foynes naar o.a. Madeira. Het nieuwe vliegveld Shannon Airport werd een belangrijke schakel in het trans-Atlantische vliegverkeer.
Britse vliegboten op Castle Archdale.
Castle Archdale ligt aan Lower Lough Erne, een meer in Ulster. Het kasteel is twee keer verbrand in burgeroorlogen. Er stond aan het begin van de tweede wereldoorlog een landhuis met bijgebouwen. Ierland was na een bloedige strijd na de eerste wereldoorlog onafhankelijk geworden van het Verenigd Koninkrijk. In de tweede wereldoorlog wilde het neutraal blijven. Maar dat was lastig omdat Ulster ( Noord-Ierland) bij het Verenigd Koninkrijk bleef behoren. Vanaf 1936 kreeg RAF Coastal Command een belangrijke taak bij de onderzeebootbestrijding. Men begon met Avro Anon’s en Vickers Vildebeest bommenwerpers. Deze waren voor RAF Bomber Command niet meer geschikt. Hun actieradius was te kort en ook hun laadvermogen wat betreft bommenlast was te gering, ook voor de taken van Coastal Command. Bomber Command zou steeds voorrang krijgen bij de vliegtuigbouw; vooral met de Avro Lancaster. Toen Bomber Command de tweemotorige Wellington bommenwerpers afstootte naar Coastal Command, beschikte deze over een vliegtuig met voldoende actieradius en draagvermogen. Het andere vliegtuig dat aan hun eisen voldeed was de Short S 25 Sunderland vliegboot. Men vloog vanaf Schotland en Newfoundland. Maar er bleef een gebied onbereikbaar voor deze vliegtuigen: de Mid-Atlanic air gap ook wel bekend als de Greenland gap. Dit gebied had een lengte van 800 zeemijl. Hier hielden de Duitse duikboten zich bij voorkeur op. Coastal Command begon in december met een onderzoek om te kijken of in het Lower Lough Erne een vliegbootbasis gevestigd kon worden. Dit was het meest westelijke deel van het Verenigd Koninkrijk . Begin 1941 werd een basis gevestigd bij Castle Archdale. De vliegboten mochten niet over Iers grondgebied vliegen. Ze vlogen daarom eerst naar het noorden tot ze boven de Atlantische Oceaan waren en bogen vervolgens af naar het westen. Vanwege de grote verliezen die de geallieerden leden in The Battle of the Atlantic, oefenden de Britten en Amerikanen zware druk uit op Ierland. Dat land gaf toe en er kwamen afspraken over de Donegal passage: de kortste weg van Lower Lough Erne naar de Atlantische Oceaan. Formeel alleen voor air-sea rescue vluchten. Al snel werd in een geheime overeenkomst ook toegestaan dat alle vluchten van Coastal Command vanaf Lower Lough Erne vlogen. De Mid-Atlantic air gap werd hierdoor kleiner. De RAF had er behalve Short Sunderland vliegboten ook Supermarine Stranrear vliegboten ( de laatste tweedekker vliegboten) en Catalina ’s. Deze Catalina ‘s waren ingezet in plaats van de Saunders-Roe Lerwick vliegboten die volstrekt niet voldeden. Short had inmiddels de productie van Sunderland vliegboten gestaakt om zich te concentreren op de bouw van Stirling bommenwerpers. De Catalina PBY werd vanaf 1935 gebouwd door Consolidated vliegtuigfabrieken voor de Amerikaanse marine. Er zijn er meer dan 4000 gebouwd. In mei 1941 ontdekte een Catalina van Caste Archdale het Duitse slagschip Bismarck op zee. Dit was het begin van het einde van dit slagschip. Deze Catalina werd gevlogen door een Amerikaanse bemanning. De USA was op dat moment nog niet in oorlog met Duitsland. Later zouden de Amerikanen ook een vliegbootbasis krijgen aan Lower Lough Erne; Killedeas. Daar werden ook Catalina ‘s geassembleerd.
Door de komst van de Amerikaanse Liberator bommenwerper en de Escort- carrriers ( kleine vliegdekschepen bij konvooien) verdween de mid-Atlantic air gap. De RAF basis werd in mei 1945 gesloten. Er zijn nog veel resten van de vroegere vliegbasis te vinden. De vliegbootbasis in Castle Castle Archdale is nu een camping.
Vliegboten in Nederland
In 1914 kreeg de marine haar eerste verkeersvliegtuig dat opereerde vanaf Soesterberg. In 1916 werd de Marine Luchtvaart Dienst(MLD) opgericht. De marine bouwde in 1916 het watervliegtuigkamp Schellingwoude, dat later ook voor de burgerluchtvaart werd open gesteld. De marine had in 1917 ook het watervliegkamp de Mok op Texel. Vlak voor de oorlog werden ook een watervliegkamp bij Kudelstaart en bij Akersloot ingericht. Charles Lindberg vloeg in 1932 naar Schellingwoude om reclame te maken voor het gebruik van watervliegtuigen. De MLD vloog aanvankelijk met vliegtuigen gebouwd door van Berkel’s patent fabriek, Fokker, Koolhoven en Spyker. Later kregen zij beschikking over Dornier Wal vliegboten. Ook in het voormalige Nederlands-Indië waren verschillende watervliegtuigkampen. Men vloog er o.a met Avro Anson’s, Fokker T8W’s, Dornier 24 en Catalina ‘s. Na de Japanse inval in Indonesië onderhielden vliegboten een shuttle dienst vanaf Java via Broome in Noord-Australië naar Perth en Sydney. Zo zijn zo’n 8000 mensen uit Nederlands-Indië ontsnapt. In Broome werd getankt. Op 2 maart 1942 kregen de vliegtuigen van de MLD opdracht uit te wijken naar Ceylon en Australië en vertrok een aantal vliegboten van de MLD met evacuees naar Australië. Men landde in de Roebuck baai bij Broome aan de Noordkust. Daar lag op dat moment een Amerikaanse Curtiss Seagull vliegboot en twee Australische Empire vliegboten. Er arriverenden nog 2 Amerikaanse Catalina’ s en vier Catalina’ s van de MLD. Later arriveerden nog 2 Dorniers van de MLD en 2 Catalina’s van de RAF. De Japanners hadden eerder Timor veroverd en waren in het bezit van het vliegveld van Koepang. Verkenningsvluchten hadden hen geleerd dat er bij Broome een vliegveld was. Op 3 maart vertrokken 9 Zerojachtvliegtuigen naar Broome. Tot hun verbazing zagen ze 15 vliegboten. Die vormden een gemakkelijke prooi. Daarnaast werden 7 geallieerde vliegtuigen op het vliegveld vernietigd. Er vielen 100 doden, 48 Nederlanders waaronder vrouwen en kinderen. Een Zero jachtvliegtuig was neergeschoten.
Overigens beschikte de Japanse marine in de tweede wereldoorlog over de beste vliegboot. Aan het begin van de oorlog beschikte men over de Kawanishi H6K. Kawanishi had een licentie overeenkomst met Short in Engeland. Maar de H6K leek het meeste op de Amerikaanse Sikorsky S 42. Er zijn er 217 van gebouwd. In 1938 stelde de Japanse marine specificatie sop voor een zwaardere vliegboot met een 50% grotere actieradius en 30% hogere snelheid. Ze werden zwaar bewapend en gedeeltelijk gepantserd. Dit werd de Kawanishi H8K die van 1941 werd ingezet bij lange afstand patrouilles, duikbootbestrijding, bombardementsvluchten, tropentransporten en air-sea rescue missies. De geallieerden gaven het vliegtuig de codenaam Emily. Het was een zeer gevreesde tegenstander en was tot ver na de tweede wereldoorlog de beste vliegboot. Er zijn er 167 gebouwd, waarvan er vier de oorlog hebben overleefd.
De Erfenis.
Na de oorlog was de rol van de vliegboten snel gemarginaliseerd. Voor de tweede wereldoorlog waren er al plannen voor grote vliegboten zoals het plan van de Nederlandse vliegtuigbouwer Frits Koolhoven voor een vliegboot van 100 ton die met 14 bemanningsleden 100 passagiers zou kunnen vervoeren. Er werden na de oorlog nog wel nieuwe grote vliegboten ontworpen zoals de Saunders-Roe Princess waarvan er een prototype heeft gevlogen. De drie prototypes werd in 1967 gesloopt. En de Howard Hughes Hughes H-4 Hercules, The “Spruce Goose” heeft slechts een keer heel kort gevlogen. Er vliegen nog Catalina ‘s als brandweervliegtuig op bosbranden te bestrijden. In Canada werd vanaf 1969 de Canadair CL 215 waterbomber gebouwd die werd gebouwd voor de bestrijding van bosbranden. Er zijn er o.a. 125 van gebouwd. Het kreeg de bijnaam de “scooper”, de (water)opschepper. De latere bouwer van de CL 215 en CL 415 was Bombardier die ook de fabriek van Short in Glasgow heeft overgenomen. Daar worden nu nog delen van de Airbus gebouwd. De Russen en Chinezen hebben nog relatief moderne vliegboten in productie. Het Russische vliegtuig kan worden gebruikt als brandweervliegtuig en voor search en rescue missies. In musea zijn vliegboten te vinden. De oudste vliegende Catalina. PH-PBY, is uit 1941 en vliegt vanuit Lelystad. In het Luchtvaartmuseum in Soesterberg is ook een Catalina en Dornier X vliegboot. In het Imperial War museum te Duxford bij Cambridge is een Short Sunderland.
Misschien is wel de belangrijkste erfenis van de vliegboten in Foynes de Irish Coffee. In 1943 moest een van de vliegboten, die op weg was naar Newfoundland was, terugkeren wegens slecht weer. Er was een morsebericht gestuurd om bij aankomst iets warms klaar te maken voor de passagiers. Het brouwsel van de kok van het restaurant in het stationsgebouw bestond uit koffie, heet water, Ierse whiskey, suiker en slagroom en kreeg meteen de naam Irish coffee. In het voormalige stationsgebouw in Foynes is nu het vliegbootmuseum met een replica van een Yankee Clipper.

Jur Kingma

Noot: Een vliegboot heeft een romp waar mee hij kan drijven. Een watervliegtuig is meestal een gewoon vliegtuig dat uitgerust kan worden met drijvers. Er zijn ook mengvormen.

Litteratuur:
Margaret O’Shaughessey , “ Foynes Flying Boat Museum”( Foynes,2008)
C.Demand, H.Emde, “Meilensteine der Luftfahrt” (Herrsching,1975)
Captain Norman Macmillan, M.C., A.F.C., A.F.R.Ae.S, F.R.S.A. “Aeroplanes” in “Railways, Ships and Aeoplanes. Their construction and working fully described in words and pictures” ( London,1940?)
Cees Nooteboom, “Broome 1942, Een Nederlands oorlogsdrama” in “Scheepsjournaal. Een boek van verre reizen”. ( Amsterdam , 2010).