Dornier Do 24K.

Duitse Dornier watervliegtuigen gebouwd in Nederland.

Na de eerste wereld oorlog was het aan Duitsland verboden grote vliegtuigen en militaire vliegtuigen te bouwen. Claude Dornier slaagde er toch in een civiele vliegboot GS 1 te bouwen. Het vliegtuig heeft op een demonstratievlucht Amsterdam aangedaan. In 1920 werd het op last van de geallieerde overwinnaars vernietigd. Dornier ging vervolgens vliegtuigen bouwen in Zwitserland en Italië. In 1922 werden de eerste Wal Walvis) vliegboten verkocht aan Spanje. Nederland kocht er in 1926 ook 6. In 1922 mocht Dornier weer vliegtuigen bouwen in Duitsland. Hij verkocht licenties aan bedrijven in Spanje en Japan. Maar ook aan Aviolanda in Papendrecht. De reusachtige twaalf-motorige Do X was zijn tijd te ver vooruit. De opvolger van de Wal was de Do 18 die een versie werd gemaakt voor lange afstands postvervoer en in een militaire versie. De Do 26 was ontworpen als trans-Atlantische vliegboot, maar Dornier ging zich vooral op de militaire productie richten. In 1937 was de testvlucht van de Do 24, die was gebouwd naar specificaties van de Nederlandse Marine luchtvaartdienst en het Duitse Reichluftfahrtministerium. Deze vliegboot was op vele manieren inzetbaar. Het was vooral een lange afstands patrouille vliegtuig en een reddingsvliegtuig dat meer dan 12000 mensen uit zee heeft gered.
Vliegboot voor de Koloniën en de Duitse Seenotdienst
Nadat het Nederlandse ministerie van Koloniën in 1926 5 Wal vliegboten had besteld om te testen, werd een vervolgorder geplaatst bij Aviolanda waar in totaal 41 vliegboten gebouwd zouden worden. In 1934 had de Koninklijke Marine het programma van eisen opgesteld voor een nieuwe vliegboot: drie-motorig, geheel van metaa, een snelheid van ten minste 315 km per uur en een grote actieradius. Ontwerpen van Fokker en Sikorsky werden afgewezen. Dornier had in 1935 het prototype P 14 klaar. Het Duitse en het Nederlandse ministerie bestelden elk 2 testtoestellen. De Duitse vliegtuigen werden uit gerust met Juncker dieselmotoren en de Nederlandse met Amerikaanse Wright benzine motoren. De Nederlandse vliegboten waren beter dan de Duitse. De Duitsers kozen niet voor de Do 24 maar voor de Ha 138 van Blohm & Voss. Nederland bestelde 72 stuks Do 24, maar wilde dat ze voor een deel in Nederland werden gebouwd. Behalve Aviolanda was ook de scheepswerf de Schelde in Vlissingen ingeschakeld bij de bouw. Fokker had onvoldoende ervaring met de bouw van metalen vliegtuigen. Op 10 mei 1940 had Aviolanda slechts 7 Do 24 afgeleverd. De X 37 was op 8 mei per schip uit de haven van Rotterdam vertrokken naar Indië. Er waren in Papendrecht 13 vliegboten in verschillende stadia van afbouw. De Duitse Seenotdienst had veel belangstelling voor dit geavanceerde watervliegtuig. De Nederlandse scheepbouw ging al snel voor de Duitsers werken. Aviolanda was sterk verbonden met scheepswerven in Rotterdam. Op 19 juli 1940 vloog het eerste vliegtuig van de Seenotdienst met grote Rode Kruis vlaggen er op. De Duitsers waren zeer tevreden over de prestaties en ze besloten de serie voort te zetten. Daarbij werden een groot aantal Nederlandse bedrijven ingeschakeld. Scheepswerven, de chocoladefabriek Kwatta in Breda, constructiewerkplaatsen, de Eternitfabriek in Goor en nog vele anderen maakten componenten die door Aviolanda werden samengevoegd tot vliegboten. De leiding van Aviolanda was geheel in Duitse handen. De productie was een vliegtuig per week. Omdat de behoefte veel groter was werd ook Fokker in Amsterdam-Noord en het Franse SNCA-N bij Parijs ingeschakeld voor de assemblage. In totaal zijn er tijdens de oorlog 227 vliegboten gebouwd. Tijdens de oorlog raakten twee vliegboten in Zweedse handen en 5 kwamen onder Spaanse vlag.
De Do 24 is wereldwijd ingezet
Tijdens de Japanse opmars in 1942 werden de Do 24 vliegboten van de MLD ingezet voor verkenningen, verdediging tegen vliegtuigaanvallen en het redden van drenkelingen. Men heeft zelfs een voltreffer op een Japanse kruiser geplaatst. Bij de aanval op Broome werden 5 Do 24 vernietigd. De overgebleven Do 24 vliegboten werden overgedragen aan de Australische luchtmacht. Nederland zou voorlopig met Catalina vlieboten vliegen.
De Duitse Seenotdienst had vliegbases van Kirkenes in Noorwegen tot Heraklion in Griekenland en Constanza in Roemenie. Basis no. 4 was Schellingwoude bij Amsterdam. Men redde vliegers en zeelieden uit zee, maar voerde ook verkenningen uit.
In 1991 kwam bij het Militair luchtvaart Museum in Soesterberg de voormalige Spaanse Do 24 HD 5.1. Deze had eerst in het RAF museum in Hendon gestaan. Hij is op het voormalige Marinevliegkamp Valkenburg gerestaureerd. Dit vliegtuig is in oktober 1943 in Sartrouville in de buurt van Parijs in dienst gesteld. Het werd in 1944 overgedragen aan de Spaanse luchtmacht.
Jur Kingma.

Literatuur:
Pieter van Wijngaarden, Prudent Staal. “Dornier Do 24. Herinneringen aan een legenadrische vliegboot” (Bergen, 1992)
Jac. J. Baart “Rotterdam. Oorlogshaven”. (Zutphen, 2010)
http://www.zuidfront-holland1940.nl/index.php?page=aviolanda
http://nl.wikipedia.org/wiki/Militaire_Luchtvaart_Museum
http://www.militaireluchtvaartmuseum.nl/